Lied van Toon Hermans voor gedragen door…

 

er is geen aangenamer val
dan een carnaval
je valt namelijk naar boven
het is een val in de blijheid

het duffe snoer
dat je bindt
aan het monotone
springt kapot

je vat een pint
je vat er twee, drie, vier
je vat een vat
en de sleur heeft geen vat meer op je

het spettert muziek
in de smalle straten
het regent zoenen
in het warme café

je danst, je doet, je dartelt als een kind
je bent zigeuner of prins
potkachel of schemerlamp
en je bent… jezelf

je ontdekt de zin van de onzin
en als je niet oppast
heb je zodra de vasten begint
vaste verkering

ik heb na dit carnaval
zo’n bierlucht in mijn jekker
die snuif ik telkens op
en denk: wat was dát lekker!